Ga naar de inhoud

Hardlopen zet het brein in beweging

Nieuw onderzoek laat zien dat runningtherapie samenhangt met veranderingen in de dynamiek van hersennetwerken die betrokken zijn bij angst, zelfgerichte gedachten en het verwerken van zintuiglijke informatie.

Dat bewegen goed kan zijn voor onze mentale gezondheid weten we inmiddels. Regelmatig bewegen kan bijdragen aan het verminderen van depressieve en angstklachten. Ook runningtherapie wordt al langere tijd ingezet bij mensen met psychische klachten. Maar een interessante vraag blijft: wat gebeurt er eigenlijk in het brein wanneer iemand door regelmatig hardlopen psychisch opknapt?

Een recent onderzoek van onderzoekers van Amsterdam UMC en internationale partners geeft daar nieuwe aanwijzingen voor. De onderzoekers keken niet alleen naar welke hersengebieden actief zijn, maar vooral naar hoe verschillende hersennetwerken voortdurend met elkaar afwisselen en samenwerken.

Het brein staat voortdurend te schakelen

Ons brein heeft geen vaste ‘stand’. Ook wanneer we stilzitten en niets bijzonders doen, verandert de activiteit van verschillende hersennetwerken voortdurend.

Een van de netwerken die in dit onderzoek centraal staat, is het default mode network (DMN). Dit netwerk is onder andere actief wanneer we met onze gedachten naar binnen gericht zijn: bijvoorbeeld wanneer we nadenken over onszelf, herinneringen ophalen, vooruitkijken of gaan piekeren.

Daarnaast onderzochten de onderzoekers een toestand waarin onder meer gebieden betrokken bij zien, lichaamswaarneming en zintuiglijke verwerking samen actief zijn. Deze toestand wordt in het onderzoek aangeduid als het visual-somatosensory-subcortical network (VS-SC).

Je zou het kunnen zien als verschillende ‘standen’ van het brein waartussen we voortdurend schakelen.

Wat onderzochten de onderzoekers?

Aan het onderzoek deden 66 gezonde deelnemers en 50 mensen met een affectieve stoornis mee. Bij deze deelnemers werd met fMRI gekeken naar de hersenactiviteit in rust.

De onderzoekers gebruikten daarbij een methode waarmee ze konden onderzoeken welke patronen van hersenactiviteit steeds terugkeerden en hoe lang het brein in zo’n toestand bleef.

Bij de deelnemers met een affectieve stoornis kwam een toestand waarin visuele, somatosensorische en subcorticale hersengebieden samen actief waren minder vaak voor en hield deze toestand minder lang aan dan bij de gezonde deelnemers.

Vervolgens kregen de deelnemers met een affectieve stoornis gedurende 16 weken een behandeling met runningtherapie of antidepressiva. Daarna werd opnieuw gekeken naar de dynamiek van hun hersenactiviteit.

En daar werd het interessant.

Runningtherapie veranderde de dynamiek van het brein

Na 16 weken runningtherapie zagen de onderzoekers een specifieke verandering in de manier waarop hersennetwerken elkaar afwisselden.

De activiteit van het default mode network kwam minder vaak voor en de deelnemers bleven er minder lang in. Tegelijkertijd kwam de toestand waarin visuele, somatosensorische en subcorticale gebieden samenwerken juist vaker voor.

Bovendien bleek dat veranderingen in deze dynamiek samenhingen met de verbetering van angst- en angstgerelateerde klachten.

Met andere woorden: de deelnemers die de grootste veranderingen lieten zien in het schakelen tussen deze hersentoestanden, lieten ook de grootste verbetering zien in bepaalde angst- en angstgerelateerde symptomen.

Dat is een interessante bevinding, omdat hiermee een mogelijke verbinding zichtbaar wordt tussen wat we aan de buitenkant zien – iemand voelt zich psychisch beter – en wat er in het brein gebeurt.

Van ‘in je hoofd’ naar ‘in je lijf’?

De onderzoekers zeggen daarmee niet dat hardlopen simpelweg het default mode network ‘uitzet’. Ook betekent het onderzoek niet dat we nu precies weten waarom runningtherapie werkt.

Maar het roept wel een interessante gedachte op.

Wanneer we piekeren, ons zorgen maken of voortdurend met onszelf en onze problemen bezig zijn, kan onze aandacht sterk naar binnen gericht zijn. Tijdens bewegen verandert er iets wezenlijks: het lichaam levert voortdurend informatie aan het brein.

Hoe voelt mijn voet op de ondergrond?
Hoe snel adem ik?
Hoe gespannen zijn mijn spieren?
Waar ben ik in de ruimte?
Hoe verandert mijn hartslag?

Bij hardlopen komt daar nog de voortdurende afwisseling van beweging, ritme, omgeving en lichamelijke inspanning bij.

Het nieuwe onderzoek bewijst niet dat juist deze lichaamsgerichte aandacht de verklaring is voor de gevonden hersenveranderingen. Maar de resultaten passen wel bij het bredere idee dat bewegen niet alleen invloed heeft op hoe we ons voelen, maar ook op de manier waarop ons brein informatie verwerkt en tussen verschillende toestanden schakelt.

Runningtherapie: niet alleen anders denken, maar ook anders ervaren

Dat sluit mooi aan bij de ontwikkeling van runningtherapie.

In de oorspronkelijke benadering lag de nadruk vooral op de effecten van regelmatig hardlopen op stemming, stress en psychische klachten. Inmiddels wordt steeds meer aandacht besteed aan de ervaring van het lichaam tijdens het bewegen.

Hardlopen kan daarmee meer worden dan een manier om conditie op te bouwen. Het kan ook een manier worden om opnieuw contact te maken met het lichaam.

Niet alleen:

“Hoe voel ik me?”

maar ook:

“Wat voel ik?”

En:

“Wat gebeurt er met mij wanneer ik beweeg?”

Juist dat lichaamsgerichte aspect krijgt bijvoorbeeld veel aandacht in de hedendaagse visie op runningtherapie als lichaamswerk.

Geen bewijs dat hardlopen ‘je brein repareert’

Het is belangrijk om de resultaten van dit onderzoek wel goed te interpreteren.

De studie laat zien dat runningtherapie samenhing met veranderingen in de dynamiek van hersennetwerken en dat bepaalde veranderingen verband hielden met verbetering van angst- en angstgerelateerde symptomen. Dat is iets anders dan aantonen dat de veranderingen in de hersenen rechtstreeks de oorzaak zijn van de verbetering.

Ook was het onderzoek gericht op mensen met affectieve stoornissen. We kunnen de resultaten daarom niet zonder meer vertalen naar iedereen die regelmatig gaat hardlopen.

Wel draagt het onderzoek bij aan een steeds interessanter wordende vraag: hoe kan bewegen invloed hebben op de manier waarop ons brein functioneert?

En juist daar lijkt de wetenschap steeds meer aanwijzingen voor te vinden.

Het brein in beweging

Misschien moeten we daarom anders gaan kijken naar hardlopen.

Niet alleen als training van spieren, hart en longen.

Niet alleen als manier om stress kwijt te raken.

En ook niet alleen als behandeling van psychische klachten.

Maar als een activiteit waarbij lichaam en brein voortdurend met elkaar communiceren.

Elke stap levert informatie op. Het brein verwerkt die informatie, voorspelt wat er gaat gebeuren, stuurt de volgende beweging aan en past zich voortdurend aan de omgeving aan.

Het nieuwe onderzoek laat zien dat daar mogelijk ook op het niveau van grote hersennetwerken iets verandert wanneer mensen langere tijd aan runningtherapie doen.

Bewegen doet dus niet alleen iets met je lichaam. Het verandert mogelijk ook de manier waarop je brein schakelt.

En dat maakt runningtherapie – en bewegen in bredere zin – misschien nog interessanter dan we al dachten.

Bron

Lopez, J. G., Van Wingen, G., Vriend, C., Han, L. K. M., Labus, J., Knudsen, G. M. & Penninx, B. W. J. H. (2026). Running Therapy Reorganizes Dynamic Brain Networks Linked to Symptom Improvement in Affective Disorders. Biological Psychiatry: Cognitive Neuroscience and Neuroimaging. DOI: 10.1016/j.bpsc.2026.05.011.

Lees het oorspronkelijke onderzoek: PubMed, PMID 42248331.